headermetsterrenv10

ontslag op staande voet

Reden ontslag op staande voet - liegen reden voor ontslag?

Liegen rechtvaardigt ontslag op staande voet

 

Dat een leugen tot ontslag op staande voet kan leiden blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank te Leeuwarden.

In deze kwestie had de werknemer gelogen over een hotelovernachting voor zijn werk. Omdat werknemer al eerder dubieus gedrag had vertoond en al eerder gewaarschuwd was dat een volgende overtreding tot ontslag zou kunnen leiden, hield de reden ontslag op staande voet stand. Te meer omdat werknemer regelmatig in grote mate van zelfstandigheid werk voor werkgever verricht uit het zicht van werkgever, wat met zich meebrengt dat werkgever moet kunnen vertrouwen op de integriteit van werknemer.

 

Heeft u met betrekking tot reden ontslag op staande voet vragen of rechtshulp nodig, dan kunt u altijd bellen met onze ontslagspecialisten op 0900 -123 73 24 (kantoortijden) of mail ons. Een eerste telefonisch advies of zaakinschatting is kosteloos.

Bezoek ook onze speciale webpagina over ontslag op staande voet door hier te klikken.

De uitspraak (Rechtbank Leeuwarden, 8 januari 2010):

liegen reden ontslag

 


inzake
De besloten vennootschap Mezutec Drachten B.V.,
hierna te noemen: Mezutec,
gevestigd te Drachten,
eiseres in conventie, gedaagde in reconventie,
gemachtigde: mr. A.C. Doorn, D.A.S. Nederlandse Rechtbijstand Verzekeringmaatschappij N.V.,
tegen
[werknemer],
hierna te noemen: [werknemer],
wonende te [woonplaats],
gedaagde in conventie, eiser in reconventie,
procederende met toevoeging,
gemachtigde: mr. T. Martens,
Procesverloop
1. De kantonrechter heeft opnieuw kennis genomen van de gedingstukken waaronder ook het vonnis van deze rechtbank van 28 augustus 2009, waarvan de inhoud als hier ingevoegd wordt beschouwd. De kantonrechter neemt over hetgeen in voormeld vonnis is overwogen en beslist.
1.2. Naar aanleiding van genoemd vonnis heeft op 19 november 2009 een comparitie van partijen plaatsgevonden. Er is een proces-verbaal opgesteld. Voorts is door Mezutec een conclusie van antwoord in reconventie genomen. Vonnis is bepaald op heden.
Motivering
in conventie en in reconventie
de feiten
2.1. [werknemer] is met ingang van 1 oktober 2001 in dienst getreden van Mezutec. Per 24 augustus 2004 is de arbeidsovereenkomst omgezet naar een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Laatstelijk was [werknemer] werkzaam als storings- en onderhoudsmonteur.
2.2. [werknemer] is op 25 november 2008 op staande voet ontslagen.
2.3. Bij voorlopig oordeel van de kantonrechter te Heerenveen, weergegeven in diens vonnis van 11 maart 2009, is de door [werknemer] ingestelde loonvordering afgewezen en het ontslag op staande voet in stand gelaten.
2.4. Bij beschikking van diezelfde kantonrechter van 11 maart 2009 is de arbeidsovereenkomst voor zover vereist ontbonden met ingang van 11 maart 2009.
standpunt Mezutec Mezutec heeft onder meer het volgende gesteld
2.5. Nu vast staat dat [werknemer] Mezutec een dringende reden heeft gegeven om de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, is [werknemer] jegens Mezutec schadeplichtig. Mezutec maakt aanspraak op de gefixeerde schadevergoeding: het loon over de periode 25 november tot en met 30 november 2008 en het loon over de periodes december 2008 en januari 2009. In totaal gaat het daarbij om € 5.578,84 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2008 tot de dag der algehele voldoening. 2.6. Blijkens jurisprudentie maakt de vakantietoeslag onderdeel uit van het begrip 'in geld vastgesteld loon'. Daarbij gaat het voorts om brutoloon en niet om nettoloon.
2.7. Indien [werknemer] aan Mezutec geen dringende reden gegeven zou hebben voor ontslag dan had Mezutec een opzegtermijn te vermeerderen met de aanzegtermijn in acht dienen te nemen; van deze termijn dient bij het berekenen van de gefixeerde schadevergoeding dan ook te worden uitgegaan. 2.8. Voorafgaande aan het gegeven ontslag heeft [werknemer] meerdere officiële waar-schuwingen gekregen, te weten op 12 december 2007 en 31 januari 2008.
2.9. Het loon tot en met de datum van het ontslag op staande voet is betaald. De vakantietoeslag ad € 1.097,13 bruto is ingehouden.
standpunt [werknemer] [werknemer] heeft onder meer het volgende gesteld
2.10. De directe aanleiding voor het gegeven ontslag is dat [werknemer] tijdens een dienstreis samen met een collega een hotelkamer heeft gedeeld in plaats van dat beiden een eigen kamer hebben genomen. Aan Mezutec werden door het betreffende hotel een tweepersoons-kamer alsmede -abusievelijk- alcoholische consumpties in rekening gebracht. Dit heeft Mezutec aanleiding gegeven te veronderstellen, dat [werknemer] bij eerdere hotelovernachtingen ook samen met collega's één kamer heeft gedeeld en het verschil in prijs ter plekke zou hebben geconsumeerd.
2.11. Mezutec weigert het loon over de niet opgenomen vakantiedagen, openstaande verlof- en snipperuren en de vakantietoeslag vanaf 1 juni 2008 aan [werknemer] uit te betalen.
2.12. Het gegeven dat [werknemer] heeft berust in het oordeel van de voorzieningenrechter brengt niet met zich mee dat de aanwezigheid van de door Mezutec gestelde dringende reden zijdens [werknemer] zou vaststaan. [werknemer] wenst in deze bodemprocedure het onverwijld gegeven ontslag aan te vechten.
2.13. [werknemer] betwist dat hij door zijn opzet of schuld aan Mezutec een dringende reden voor ontslag zou hebben gegeven; voor het vorderen van een gefixeerde schadevergoeding is onder die omstandigheden geen plaats. Mezutec is loon aan [werknemer] verschuldigd tot 11 maart 2009.
2.14. De door [werknemer] in acht te nemen opzegtermijn bedraagt ingevolge zijn arbeidsovereenkomst de wettelijke termijn van één maand. De gevorderde gefixeerde schadevergoeding strekt zich derhalve niet verder uit dan over de periode van 25 november tot en met 31 december 2008. De schadevergoeding ziet voorts niet op brutosalaris maar op nettosalaris. Ook het vakantiegeld behoort niet tot die schadevergoeding aangezien dat niet behoort tot het 'in geld vastgesteld loon' als genoemd in artikel 7: 680 lid 1 BW. 2.15. Vanaf 18 oktober 2007 is [werknemer] als gevolg van depressieve klachten en een burn out uitgevallen van zijn werk. Per 15 mei 2008 heeft Mezutec [werknemer] bij het UWV volledig hersteld gemeld. [werknemer] blijft echter klachten houden. [werknemer] had bovendien te kampen met overmatig drankgebruik. Tijdens hotelovernachtingen voor zijn werk nam dat alcoholgebruik soms excessieve vormen aan. Dat gold vooral de overnachtingen in Hotel Centraal te Someren. [werknemer] beloofde zijn echtgenote daar niet meer te zullen overnachten. Niettemin heeft [werknemer] voor zijn werk de nacht van 29 op 30 september 2008 samen met een collega in Hotel Centraal doorgebracht.
2.16. Om te voorkomen dat zijn echtgenote hier weet van zou krijgen deed [werknemer] het aan haar voorkomen dat hij in een hotel te Geldrop de nacht zou doorbrengen. Ook aan Mezutec meldde hij dat hij in Geldrop verbleef. Mezutec ontving echter de rekening van Hotel Centraal te Someren. Per saldo was het verblijf van [werknemer] in Hotel Centraal voor Mezutec overigens voordelig, omdat [werknemer] de kamer met zijn collega deelde, terwijl normaliter ieder een eigen kamer betrekt. De drankrekening ad € 60,-- voor beiden, heeft [werknemer], naar bestendig gebruik, zelf betaald.
2.17. In de ontslagbrief van 25 november 2008 heeft Mezutec onder meer aangegeven:
"Daarbij heeft u, naar vermoed wordt in samenspanning met in het bijzonder Hotel Centraal te Someren, een onjuiste voorstelling van zaken gegeven inzake dergelijke overnachtingen en/of door u genuttigde (alcoholische) consumpties, terwijl genoemd hotel onjuiste c.q. frauduleuze facturen aan cliënte heeft gezonden ter zake van bedoelde overnachtingen/consumpties" 2.18. [werknemer] ontkent echter ten stelligste dat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan fraude of oplichting of enig ander misdrijf waardoor hij het vertrouwen van Mezutec onwaardig is geworden.
2.19. De eerdere incidenten waar Mezutec op teruggrijpt, te weten vuurwerkverkoop tijdens het werk en het uitschakelen van de black box, deden zich voor tijdens de periode van [werknemer]s arbeidsongeschiktheid. Deze incidenten zijn hem daarom nauwelijks toe te rekenen.
2.20. De overnachting waar het hier om gaat vond plaats van 29 op 30 september 2008. [werknemer] is echter pas eind november 2008 op deze overnachting aangesproken en is vervolgens op 25 november 2008 ontslagen. Derhalve is het ontslag niet onverwijld gegeven.
2.21. Nu het zodanig gegeven ontslag nietig is en [werknemer] tijdig zijn diensten aan Mezutec heeft aangeboden, is Mezutec in verzuim met het betalen van het salaris vanaf 9 december 2008.
2.22. [werknemer] maakt aanspraak op de wettelijke verhoging over het achterstallige salaris, te vermeerderen met de wettelijke rente over zowel salaris als verhoging.
De kantonrechter oordeelt over dit geschil als volgt.
in conventie en in reconventie
3.1. Zowel wat de conventionele als de reconventionele vordering betreft staat de vraag centraal of het op 24 november 2008 aan [werknemer] gegeven ontslag rechtmatig is gegeven. Dienaangaande overweegt de kantonrechter het volgende.
3.2. In de ontslagbrief wordt als een van de dringende redenen voor de onverwijlde opzegging genoemd de onjuiste voorstelling van zaken die [werknemer] aan Mezutec heeft gegeven betreffende de overnachting van 29 op 30 september 2008 in Hotel Centraal te Someren en de daar door [werknemer] genuttigde consumpties.
3.3. Op grond van de wederzijds ingenomen standpunten is naar het oordeel van de kantonrechter het volgende komen vast te staan:
i. Voorafgaande aan het incident te Someren kreeg [werknemer] schriftelijke waarschuwingen van Mezutec bij brieven van 13 december 2007 en 31 januari 2008; in de laatste brief is nadrukkelijk aangegeven dat indien er zich opnieuw een incident zou voordoen met betrekking tot [werknemer], een ontslag op staande voet zeker niet is uitgesloten.
ii. [werknemer] en zijn collega [collega] hebben in de nacht van 29 op 30 september 2008 te Someren één hotelkamer gedeeld. De bedrijfsauto liet [werknemer] achter bij een hotel te Geldrop. Mezutec verkeerde op basis van het in de auto aanwezige 'track and trace' systeem daarom in de veronderstelling dat [werknemer] aldaar verbleef. [werknemer] liet zich vervolgens door [collega] vervoeren naar Hotel Centraal te Someren. [werknemer] heeft erkend aan Mezutec te hebben gemeld dat hij in Geldrop verbleef, 'overigens wetende dat Mezutec de rekening van Hotel Centraal zou ontvangen' (verweerschrift [werknemer] nr. 9) iii. Bij factuur van 24 oktober 2008 heeft Hotel Centraal aan Mezutec één tweepersoonskamer en € 60,-- aan alcoholconsumpties in rekening gebracht.
iv. Onweersproken is gebleven dat de werknemers van Mezutec geen hotel-kamer behoefden te delen, aangezien Mezutec gewoon is tevoren voor iedere werknemer een eigen hotelkamer te reserveren. Aan deze feiten verbindt de kantonrechter de volgende overwegingen:
3.4. [werknemer] was een nadrukkelijk gewaarschuwd man die in zijn handel en wandel als werknemer van Mezutec terdege op zijn tellen diende te passen. [werknemer] diende zijn werkzaamheden als monteur regelmatig in grote zelfstandigheid en uit het directe zicht van Mezutec te verrichten. Juist onder dergelijke omstandigheden moet een werkgever van de integriteit van haar werknemer uit kunnen gaan. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [werknemer] tenminste tweemaal dat vertouwen ernstig beschaamd. 3.5. In de eerste plaats heeft [werknemer] zijn werkgever een onjuiste voorstelling van zaken trachten te geven door mee te delen dat hij zou verblijven te Geldrop, terwijl dat in feite te Someren was; om zijn verhaal kracht bij te zetten heeft [werknemer] de bedrijfsauto in Geldrop achtergelaten waardoor gelet op het in de auto aanwezige track and trace systeem Mezutec zou menen dat de auto en logischerwijs ook [werknemer], in Geldrop verbleven.
3.6. Mezutec reserveert voor haar werknemers wanneer deze elders dienen te overnachten steeds éénpersoons hotelkamers. Zonder daartoe opdracht of toestemming voor te hebben gekregen heeft [werknemer] het er in dit geval kennelijk naar geleid dat ter plekke deze boekingen werden omgezet in een boeking voor één tweepersoonskamer. De kantonrechter gaat er vanuit dat overeenkomstig deze wijziging het hotel aan Mezutec heeft gefactureerd, aangezien Mezutec de onderhavige factuur niet in het geding heeft gebracht en zich niet op het standpunt heeft gesteld dat aan haar twee éénpersoonskamers in rekening zijn gebracht.
3.7. Het feit dat Mezutec geen schade heeft gehad door deze gang van zaken en de meegezonden consumptienota niet door haar is betaald, doet er in het geheel niet aan af dat [werknemer] door dit eigenmachtige optreden en de niet onbegrijpelijke vermoedens van zelfverrijking die bij Mezutec daardoor zijn gerezen, een ernstige inbreuk heeft gemaakt op de toch al niet optimale verhoudingen tussen partijen.
3.8. [werknemer] heeft zich beroepen op het feit dat hij na een periode van ziekte weliswaar hersteld was gemeld maar niettemin bleef lijden onder psychische problemen. Wat hiervan ook zij, de kantonrechter ziet in de aard van handelwijze die aan [werknemer] wordt verweten onvoldoende aanknopingspunten om deze te verbinden met [werknemer]s eventuele psychische klachten of diens moeilijke privé-situatie; door [werknemer] is te weinig gesteld om een dergelijk oorzakelijk verband ook maar enigszins aannemelijk te achten.
3.9. De kantonrechter komt derhalve tot de vaststelling dat er voor Mezutec een dringende reden bestond om bij brief van 25 november 2008 [werknemer] op staande voet ontslag te geven. Onder overneming van de motivering onder 3.5. in het tussen partijen op 11 maart 2009 gewezen vonnis in kort geding, is de kantonrechter voorts van oordeel dat dit ontslag onverwijld is gegeven.
3.10. Gezien het feit dat door zijn verwijtbaar handelen [werknemer] aan Mezutec een dringende reden heeft gegeven de arbeidsovereenkomst onverwijld op te zeggen, is tenminste sprake van schuld bij [werknemer] en is hij deswege jegens Mezutec schadeplichtig.
3.11. Mezutec vordert de in artikel 7: 680 BW genoemde gefixeerde schadevergoeding. Voor berekening van die schadevergoeding is bepalend de termijn waarop de schadeplichtige de arbeidsovereenkomst mocht opzeggen. Onbestreden is dat het in dat geval gaat om een opzeggingstermijn voor [werknemer] van één maand. [werknemer] had derhalve de arbeidsovereenkomst kunnen opzeggen tegen 1 januari 2009, zodat de schadevergoeding zich uitstrekt over de periode vanaf 25 november 2008 tot en met 31 december 2008.
3.12. De schadevergoeding waar het hier om gaat ziet op het bedrag van het in geld vastgesteld loon over de zoëven genoemde periode. Onder loon is in dit verband te verstaan brutoloon te vermeerderen met de vakantietoeslag. Uit de tekst van artikel 7:680 lid 1 BW blijkt namelijk niet dat hier om een ander loonbegrip zou gaan dan het algemene loonbegrip zoals dat in het Burgerlijk Wetboek genoemd wordt in artikel 7: 610 BW en in artikel 7: 617 lid 1 onder a BW. Ook gezien de aard van een gefixeerde schadevergoeding waarbij het juist niet gaat om een schadeberekening in concrete zin, valt niet in te zien waarom dat algemene loonbegrip hier niet dient te worden gehanteerd; onder loon in die betekenis pleegt ook de vakantietoeslag te worden begrepen als (geldelijke) vergoeding voor bedongen arbeid.
3.13. De schadevergoeding door [werknemer] te betalen bedraagt zodoende: 4 x 109,13 bruto (periode 25 november tot en met 30 november 2008) + € 2.364,54 bruto (maand december 2008) te vermeerderen met 8% vakantietoeslag = € 3.025,14 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2008 tot de dag der algehele voldoening.
3.14. Gezien het bovenstaande dient [werknemer] als grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de kosten van Mezutec te worden veroordeeld, zoals hieronder zal worden aangegeven. in reconventie
3.15. Gezien het hierboven gegeven oordeel eindigt de loonbetalingsverplichting van Mezutec met ingang van 25 november 2008. De loonvordering c.a. als genoemd onder I in de conclusie van eis in reconventie komt derhalve niet voor toewijzing in aanmerking.
3.16. Mezutec erkent vakantietoeslag ad € 1.097,13 bruto te hebben ingehouden, waarbij Mezutec niet heeft betwist dat het hier gaat om de periode vanaf 1 juni 2008 tot einde dienstverband. De vordering van [werknemer] komt over die periode voor toewijzing in aanmerking, te vermeerderen met de wettelijke rente als is gevorderd.
3.17. Aangaande het gevorderde onder III in de conclusie van eis in reconventie, kort gezegd de vergoeding van niet opgenomen verlofuren, heeft Mezutec geen inhoudelijk verweer gevoerd, zodat die vordering voor toewijzing in aanmerking komt.
3.18. Nu [werknemer] in reconventie slechts zeer gedeeltelijk in het gelijk is gesteld ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren in dier voege dat een ieder zijn eigen kosten dient te voldoen; de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten komen om die reden evenmin voor toewijzing in aanmerking.
Beslissing
De kantonrechter:
in conventie: veroordeelt [werknemer] tot betaling aan Mezutec van een bedrag groot € 3.025,14 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 25 november 2008 tot de dag der algehele voldoening;
veroordeelt [werknemer] in de kosten van deze procedure, tot op heden aan de zijde van Mezutec begroot op € 350,-- (2 punten à € 175,--) wegens salaris en op € 293,98 wegens verschotten;
in reconventie:
veroordeelt Mezutec tot betaling aan [werknemer] van vakantietoeslag over de periode 1 juni 2008 tot 25 november 2008, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 januari 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;
veroordeelt Mezutec tot betaling aan [werknemer] van de loonwaarde van de door hem niet opgenomen vakantiedagen en verlof- en snipperuren tot 25 november 2008 onder overlegging van een deugdelijke specificatie, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2009 tot aan de dag der algehele voldoening;
compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt;
in conventie en in reconventie:
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
Aldus gewezen door mr. T.K. Hoogslag, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 januari 2010 in tegenwoordigheid van de griffier.

Heeft u met betrekking tot reden ontslag op staande voet vragen of rechtshulp nodig, kunt u altijd bellen met onze ontslagspecialisten op 0900 – 123 73 24 (kantooruren) of mailen naar info@ontslagspecialist.

Bent u werkgever?: Voorbeeldbrief laatste waarschuwing

Bent u werkgever en heeft u te maken met een medewerker die zich schuldig maakt aan ernstige misdragingen, versterk dan uw juridische positie door medewerker een laatste waarschuwingsbrief te sturen. U kunt een voorbeeldbrief bij ons bestellen door te klikken op: laatste waarschuwingsbrief.

Werk weigeren - reden voor ontslag? Ontslagspecialist helpt

Ontslag bij werk weigeren

Kan een werknemer een redelijke opdracht van zijn werkgever weigeren? Het hof in Amsterdam oordeelde onlangs dat het weigeren om een opdracht uit te voeren de werknemer ontslag op staande voet kan opleveren. Het hardnekkig werk weigeren door de werknemer is volgens het hof een dringende reden voor ontslag op staande voet. Zie hieronder de uitspraak van het hof in Amsterdam.

 

Heeft u met betrekking tot werk weigeren vragen of rechtshulp nodig, kunt u altijd bellen met onze ontslagspecialisten op 0900 – 123 73 24 (kantooruren) of mail ons.

Lees meer: Werk weigeren - reden voor ontslag? Ontslagspecialist helpt

Ontslag op staande voet bij ernstige misdragingen



Het ernstig misdragen van een werknemer tijdens het personeelsfeest kan een grond zijn voor ontslag op staande voet. Zie hieronder de uitspraak van de kantonrechter te Zwolle.

 

Heeft u met betrekking tot ontslag op staande voet vragen of rechtshulp nodig, kunt u altijd bellen met onze ontslagspecialisten en ontslag advocaten op 0900 – 123 73 24 (kantooruren) of mail ons.

R E C H T B A N K Z W O L L E
sector kanton - locatie Zwolle
zaaknr.: 196489 CV 03-987
datum : 2 september 2003
Vonnis in de zaak van:
[X],
wonende te [Woonplaats],
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
gemachtigde mr. M. van Wijk-van den Berg, werkzaam bij CNV Bedrijvenbond te Rheden,
tegen
de besloten vennootschap ERICA BETON B.V.
h.o.d.n. Betonson Lokatie Kampen,
gevestigd te Kampen,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie, verder te noemen: "Betonson",
gemachtigde mr. M.J. Keuss, advocaat te Eindhoven,
rolgemachtigde A. Agterhuis, gerechtsdeurwaarder te Zwolle.
De procedure
De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
- de dagvaarding van 5 maart 2003
- het antwoord in conventie tevens de eis in reconventie van Betonson
- de repliek in conventie tevens het antwoord in reconventie van [X]
- de dupliek in conventie tevens de repliek in reconventie van Betonson, waarna [X] niet meer heeft gereageerd.
Het geschil
in conventie:
De vordering van [X] strekt er toe dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Betonson zal veroordelen om aan [X] te betalen:
a. zijn loon over de periode van 19 november 2002 tot en met 2 maart 2003 ad € 6.201,67 bruto, zijn vakantiegeld over voornoemde periode ad € 496,13 en 7 niet-genoten vakantiedagen over voornoemde periode ad € 569,31 bruto;
b. de wettelijke verhoging ex art. 7:625 BW over het onder sub a. gevorderde bedrag;
c. de buitengerechtelijke kosten ad 15% over de onder sub a. en b. gevorderde bedragen;
d. de wettelijke rente ex art. 6:119 BW over de onder sub a. tot en met c. gevorderde bedragen, telkens vanaf de vervaldatum tot de dag van de algehele voldoening;
een en ander met veroordeling van Betonson in de kosten van het geding.
Betonson heeft deze vordering bestreden en de afwijzing daarvan bepleit.
in reconventie:
De vordering van Betonson strekt er toe dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:
1. zal verklaren voor recht dat het ontslag op staande voet aan [X] terecht is gegeven;
2. [X] zal veroordelen tot het vergoeden van schade, zulks op basis van de gefixeerde schadeloosstelling, zijnde één maandsalaris ad € 1.910,52 inclusief 8% vakantiegeld;
3. [X] zal veroordelen tot betaling van de wettelijke rente ex art. 6:119 BW over het onder 2. gevorderde bedrag vanaf de vervaldatum tot de dag der algehele voldoening;
met veroordeling van [X] in de kosten van de procedure.
Daartegen heeft [X] verweer gevoerd met conclusie dat de vordering van Betonson zal worden afgewezen, met haar veroordeling in de proceskosten.
Vaststaande feiten betreffende ontslag op staande voet
1.
Tussen partijen staat als gesteld en erkend dan wel niet (voldoende) betwist, mede op grond van de overgelegde en in zoverre niet bestreden bescheiden, het volgende vast:
a. [X], geboren op [geboortedatum], is per 28 augustus 2000 bij Betonson in dienst getreden. De laatstelijk door hem uitgeoefende functie is productiemedewerker B tegen een maandsalaris van € 1.769,-- bruto exclusief emolumenten. Op de arbeidsovereenkomst is toepasselijk de Cao voor de Betonproduktenindustrie. b. Op zaterdagavond 16 november 2002 heeft Betonson een personeelsfeest gegeven voor al het personeel van haar vier vestigingen in party- annex congrescentrum "Hart van Holland" te Nijkerk. Op dat feest zijn bij benadering ongeveer 800 mensen aanwezig geweest.
c. Bij brief van 18 november 2002 is [X] door Betonson het volgende bevestigd: "Hierbij bevestigen wij dat u met onmiddellijke ingang op staande voet bent ontslagen uit uw dienstbetrekking met Betonson b.v. De dringende reden voor dit ontslag op staande voet is het feit dat u zich tijdens het personeelsfeest van Betonson op zaterdagavond d.d. 16 november jl. op zeer grovelijke wijze hebt misdragen. Het ontslag op staande voet is u heden mondeling meegedeeld (..)"
d. Bij brief van 22 november 2002 heeft [X] de nietigheid van het hem gegeven ontslag op staande voet ingeroepen onder vermelding dat hij reeds had meegedeeld dat hij de wijze waarop hij zich op het personeelsfeest heeft gedragen betreurt, dat hij daarvoor zijn excuses heeft aangeboden en dat een en ander beschouwd dient te worden als een incident.
e. De Coördinator Juridische Zaken van het Centrum voor Werk en Inkomen (CWI) heeft op 8 januari 2003 aan Betonson zijn toestemming onthouden om, voor zover vereist, de arbeidsovereenkomst met [X] op te zeggen, onder overweging - samengevat - dat de gedragingen van [X], gelet op het feit dat zij buiten werktijd en niet direct in relatie staan met de werksituatie, niet zodanig ernstig zijn dat deze een situatie opleveren waarin voortzetting van het dienstverband niet langer tot de mogelijkheden zou behoren en dat een middel als ontslag te prematuur is.
f. [X] heeft bij brief van 31 januari 2003 zijn dienstverband opgezegd tegen 3 maart 2003 onder mededeling dat hij zich tot die datum voor zijn arbeid beschikbaar houdt.
Standpunten van partijen
2.
[X] heeft aan zijn vorderingen ten grondslag gelegd dat zijn gedragingen op het personeels-feest van Betonson d.d. 16 november 2002 geen ontslag op staande voet rechtvaardigen. Niet alleen heeft Betonson er voor gekozen die avond de alcohol rijkelijk te laten vloeien, het gaat hier om een enkel incident buiten werktijd. Volgens [X] is Betonson dan ook over de periode van 18 november 2002 tot en met 2 maart 2003 het loon met bijkomende vorderingen aan hem verschuldigd. Er is dan ook geen reden voor toewijzing van de door Betonson gevorderde schadeloosstelling.
3.
Betonson heeft de vorderingen bestreden en daartoe aangevoerd dat [X] zich schuldig heeft gemaakt aan zeer onbehoorlijk en onzedelijk gedrag op haar personeelsfeest ondanks herhaalde waarschuwing van leidinggevenden. Dat gedrag bestond onder meer uit excessief drankgebruik, het proberen ten val te brengen van één van de steltlopers van entertainmentgroep "Karimishu", het zodanig hinderlijk en handtastelijk gedragen dat het artiestenduo "Johnny & Sharona" haar optreden voortijdig heeft beëindigd, het ten onrechte bedienen van de geluidsapparatuur, het in reactie op een vermaning beledigen, bedreigen en fysiek bejegenen van een leidinggevende, het met ontbloot bovenlijf rondlopen in de danszaal, het maken van sexuele toespelingen tegenover partners van collega's, het in het kruis betasten van een vrouwelijke collega en het in het openbaar in de danszaal urineren tegen een tafel. Ter onderbouwing daarvan heeft Betonson meerdere verklaringen overgelegd, te weten van [Y], hoofd P&O, [Z], voorman, mw. [A], mw. [B] en mw. [C], magazijnbeheerder. Betonson voert aan dat zij dat gedrag niet behoeft te tolereren nu [X] niet slechts haar goede naam in ernstige mate heeft bedoezeld maar vooral zich onmogelijk heeft gemaakt bij zijn collega's en leidinggevenden en dat het vertrouwen dat [X] genoot op on-herstelbare wijze beschadigd is geraakt. Van haar kon dan ook niet worden gevergd het dienstverband nog langer voort te zetten. Doordat [X] haar een dringende reden tot onmiddellijke beëindiging van het dienstverband heeft gegeven, is [X] de in de artikelen 7:677 jo 680 bedoelde gefixeerde schadeloosstelling verschuldigd, te stellen op één maandsalaris.
De beoordeling ontslag op staande voet
in conventie 4.
Tussen partijen is in debat of [X] gerechtigd is tot salaris met nevenvorderingen over de periode na 18 november 2002 dan wel of Betonson gerechtigd is tot een gefixeerde schadeloosstelling. Het antwoord op die vragen hangt af van het antwoord op de vraag of het op die datum aan [X] wegens wangedrag gegeven ontslag op staande voet terecht is gegeven.
5.
Voorop wordt gesteld dat aan een ontslag op staande voet hoge eisen worden gesteld. Er moet niet alleen beoordeeld worden of er sprake is van een dringende reden, dat ontslag moet ook onverwijld worden gegeven, onder gelijktijdige mededeling van die reden. Of er een dringende reden is, hangt af van de aard en de ernst van de reden en van de overige omstandigheden van het geval, zoals de aard en de duur van het dienstverband, de wijze waarop de werknemer daaraan invulling heeft gegeven en zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder de gevolgen voor de werknemer van dat ontslag.
6.
Het verweer van [X] dat het ontslag op staande voet van maandag 18 november 2002 niet onverwijld is gegeven aangezien hij die dag heeft gewerkt, faalt. [X] heeft immers niet bestreden dat de volle omvang van zijn gedrag Betonson eerst die maandag 18 november 2002 duidelijk is geworden en dat zijn gedrag vervolgens tot intern beraad heeft geleid. Nu gesteld noch gebleken is dat [X] door deze - beperkte - duur van informatievergaring en intern beraad op enigerlei wijze in zijn belangen is geschaad, staat deze duur niet aan de onverwijldheid van het ontslag in de weg. Onder de gegeven omstandigheden kan derhalve naar het oordeel van de kantonrechter niet worden volgehouden dat Betonson niet met voldoende voortvarendheid te werk is gegaan.
7.
[X] heeft verder bij repliek in conventie bestreden dat hij zich aan wangedrag tegenover de steltloper van de groep "Karimishu", tegenover het zangduo "Johnny & Sharona" en tegenover collega's of partners schuldig heeft gemaakt. [X] heeft eveneens bestreden dat hij publiekelijk heeft geurineerd.
Deze betwisting moet, gelet enerzijds op de door Betonson overgelegde verklaringen en anderzijds op het feit dat [X] in het kader van voormelde CWI-procedure -bij herhaling- heeft aangevoerd niet van die gedragingen te weten vanwege zijn overtollig drankgebruik, als gezocht en niet serieus gemeend worden gepasseerd. 8.
De kantonrechter neemt derhalve de door Betonson aangevoerde gedragingen tot uitgangspunt, waarbij het drankgebruik als excessief dient te worden betiteld nu [X], naar zijn zeggen tijdens de CWI-procedure, niets meer weet van die avond.
9.
Dit gedrag kan bezwaarlijk anders dan als ernstig wangedrag worden aangemerkt. Niet alleen het enkele excessieve drankgebruik van [X] kan worden gelaakt, doch zeker het feit dat hij als gevolg van dat excessieve drankgebruik jegens leidinggevenden, collega's, partners daarvan en anderen op het feest van Betonson iedere norm van gebruikelijke omgang en fatsoen heeft overschreden. In bijzonder geldt daarbij dat het maken van sexuele toespelingen, het in het kruis betasten van een vrouwelijke collega en het publiekelijk urineren in de danszaal, en aldus het tonen van zijn geslachtsdeel, onacceptabel is.
10.
Anders dan [X] betoogt, komt het feit dat het gelaakte gedrag niet is vertoond op de werkplek, niet tijdens werktijd en niet in verband staat met zijn feitelijke werkzaamheden voor Betonson, in de gegeven omstandigheden onvoldoende betekenis toe. Aan [X] kan weliswaar worden toegegeven dat zijn gedrag de kern van de met hem overeengekomen prestatie niet raakt, doch voor zover hij meent dat zijn gedrag om die reden geen gevolgen kan en mag hebben voor zijn arbeidsrelatie met Betonson, is dat onjuist. Dat wat verder gelegen verband met zijn feitelijke werkzaamheden brengt slechts mee dat in gegeven omstandigheden zeer hoge eisen dienen te worden gesteld aan de dringendheid van de ontslagreden. 10.
Hoewel gesteld noch gebleken is dat Betonson eerder (serieuze) kritiek op [X] heeft gehad, is hetgeen tijdens het personeelsfeest is voorgevallen van zodanige aard dat Betonson zich terecht op het standpunt stelt dat zij geen enkel vertrouwen meer heeft in [X]. Gelet op zijn gedrag en het feit dat dit heeft plaatsgehad in het kader van een door Betonson georganiseerde festiviteit in het bijzijn van vele collega's en partners daarvan, moet er van worden uitgegaan dat [X] zich onherstelbaar onmogelijk heeft gemaakt binnen de organisatie van Betonson. Aan voormelde verlangde zeer hoge eisen van dringendheid van de ontslagreden is derhalve naar het oordeel van de kantonrechter voldaan, zodat niet van Betonson gevergd behoefde te worden het dienstverband nog langer voort te zetten. 11.
Anders dan [X] veronderstelt, doet aan het voorgaande niet af dat hij onder invloed verkeerde nu dat voor zijn rekening en risico dient te komen. Het feit dat Betonson alcoholhoudende drank op dat feest liet schenken, doet niets aan [X]s verantwoordelijkheid ter zake af. Het feit tenslotte dat [X] inmiddels zijn excuses voor zijn gedrag heeft aangeboden, staat evenmin aan de dringendheid in de weg.
12.
Nu het ontslag op staande voet geacht wordt terecht te zijn gegeven, bestaat er geen grond voor toewijzing van het loon over de periode van 19 november 2002 tot 3 maart 2003 met nevenvorderingen als door [X] gevorderd. Zijn vorderingen zullen derhalve worden afgewezen.
13.
[X] zal als de in conventie in het ongelijk gestelde partij in de kosten daarvan worden verwezen.
in reconventie
14.
Aan Betonson kan worden toegegeven dat het wettelijk stelsel in beginsel met zich brengt dat de partij die de wederpartij door opzet of schuld een dringende reden heeft gegeven tot ontslag op staande voet jegens die wederpartij schadeplichtig is, en dat de wederpartij dan een gefixeerde schadevergoeding van die partij kan vorderen. Behoudens bijzondere, klemmende en met terughoudendheid te hanteren omstandigheden dient dit in alle gevallen toepassing te vinden. De achtergrond daarvan is dat een arbeidsovereenkomst niet lichtvaardig zonder inachtneming van de daarvoor geldende termijnen behoort te worden beëindigd.
15.
In voornoemd kader overweegt de kantonrechter het volgende. Allereerst is de conclusie gewettigd dat [X]s financiële positie door het ontslag is aangetast. Voorts is gesteld noch gebleken dat er voor [X]s ontslag iets op zijn functioneren bij Betonson aan te merken is geweest. Verder neemt de kantonrechter in aanmerking dat in dit geval gesteld noch gebleken is dat Betonson door het ontslag voor organisatorische problemen is gesteld die (extra) kosten met zich hebben gebracht. Tenslotte geldt dat Betonson haar vordering kennelijk louter heeft ingesteld omdat [X] een vordering jegens haar instelde. Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden acht de kantonrechter dan ook het naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar indien [X] gehouden zou worden om een schadevergoeding aan Betonson te betalen. De vordering daartoe zal derhalve worden afgewezen. 16.
Betonson zal als de in reconventie in het ongelijk gestelde partij in de kosten daarvan worden verwezen.
De beslissing
De kantonrechter:
in conventie:
- wijst de vorderingen van [X] af; - veroordeelt [X] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van Betonson begroot op € 540,00 voor salaris gemachtigde;
in reconventie:

- wijst de vordering van Betonson af
- veroordeelt Betonson in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [X] begroot op nihil.
Aldus gewezen door mr. W.F. Boele, kantonrechter, en uitgesproken in de openbare terechtzitting van 2 september 2003 in tegenwoordigheid van de griffier.

 

Heeft u met betrekking tot ontslag op staande voet vragen of rechtshulp nodig, dan kunt u altijd bellen met onze ontslagspecialisten op 0900-123 73 24 (kantoortijden) of mail ons.

Ontslag op staande voet - hulp bij uw ontslagzaak

 

Eenontslag op staande voetmoet onverwijld worden gegeven. Valt een termijn van een week voor de beslissing van het ontslag op staande voet binnen deze onverwijldheid? Uit onderstaande uitspraak van de kantonrechter te Utrecht blijkt dat het afhankelijk van de feiten en omstandigheden is of een termijn van een week voor de beslissing om ontslag op staande voet te geven onverwijld is. Dit is niet het geval wanneer de werknemer al eerder waarschuwing van zijn werkgever heeft gekregen.

Heeft u met betrekking tot ontslag staande voet vragen of rechtshulp nodig, kunt u altijd bellen met onze ontslagspecialisten en ontslag advocaten op 0900 – 123 73 24 (kantooruren) of mail ons.

Bent u werkgever?

Voorbeeldbrief:

Als werkgever moet u er in de eerste plaats voor zorgen dat u het ontslag op de juiste wijze geeft. Dat luistert erg nauw. Om u daarbij te helpen en kostbare missers te voorkomen hebben wij voor u een juridisch correcte voorbeeld-brief opgesteld.  U kunt deze voorbeeldbrief bij ons bestellen door te klikken op: voorbeeldbrief. Of bestel onze laatste waarschuwingsbrief als u werknemer een laatste kans gunt.

ontslag op staande voet

Uitspraak:


Verloop van de procedure
[naam eisende partij] heeft een vordering ingesteld.
Dirx heeft geantwoord op de vordering.
[naam eisende partij] heeft voor repliek en Dirx heeft voor dupliek geconcludeerd.
Hierna is uitspraak bepaald.
Het geschil en de beoordeling ontslag op staande voet
1.
Als enerzijds gesteld en anderzijds niet althans onvoldoende gemotiveerd weersproken, alsmede op grond van de in zoverre niet betwiste inhoud van de door partijen in het geding gebrachte producties neemt de kantonrechter het volgende als vaststaand aan.
a. Op 16 juli 2003 is [naam eisende partij], geboren op 23 december 1973, bij Dirx in dienst getreden. Zij was laatstelijk werkzaam in de functie van drogisterij manager tegen een loon van € 1.852,96 bruto per vier weken, exclusief 8% vakantietoeslag.
b. Het bedrijfsreglement van Dirx vermeldt onder meer dat tijdens werktijd bedrijfskleding dient te worden gedragen, alsmede dat, met uitzondering van oorbellen, geen zichtbare piercings mogen worden gedragen.
c. Met aangetekende brief van 28 februari 2006 aan [naam eisende partij] bevestigt Dirx dat zij van de leidinggevende van [naam eisende partij] heeft vernomen dat [naam eisende partij] voor de derde maal bedrijfsregels heeft overtreden. Dirx deelt voorts onder meer mede bij een volgende overtreding over te zullen tot ontslag op staande voet.
d. Met aangetekende brief van 1 augustus 2006 aan [naam eisende partij] deelt Dirx onder meer mede dat [naam eisende partij] onder werktijd wederom een neuspiercing heeft gedragen en heeft geaccepteerd dat een medewerker van het filiaal waarvoor zij verantwoordelijk is een neuspiercing onder werktijd heeft gedragen, alsmede dat bij een volgende overtreding van de bedrijfsregels daadwerkelijk overgegaan zal worden tot ontslag op staande voet.
e. Een medewerker van Dirx heeft op 20 maart 2007 gezien dat [naam eisende partij] in haar gewone kleding in de winkel aan het werk was en heeft dit meteen telefonisch doorgegeven.
f. Met brief van 28 maart 2007 aan [naam eisende partij] deelt Dirx onder meer mede dat [naam eisende partij] zich wederom niet aan de bedrijfsregels heeft gehouden door voor sluitingstijd geen bedrijfskleding te dragen, alsmede dat zij in combinatie met de eerdere voorvallen [naam eisende partij] met ingang van 28 maart 2007 op staande voet ontslaat.
g. Met brief van 5 april 2007 heeft [naam eisende partij] de vernietigbaarheid van het ontslag op staande voet ingeroepen.
h. Dirx heeft het ontslag op staande voet gehandhaafd en bij de eindafrekening aan wettelijke schadevergoeding € 1.852,96 netto ingehouden.
i. Met beschikking van 18 juni 2007 heeft de kantonrechter te Utrecht de arbeidsovereenkomst voorwaardelijk ontbonden per 1 juli 2007 met toekenning aan [naam eisende partij] van een vergoeding met factor C=2. Dirx heeft het (voorwaardelijk) ontbindingsverzoek niet ingetrokken.
2.
[naam eisende partij] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, zal bepalen dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst d.d. 28 maart 2007 nietig is en Dirx zal veroordelen tot betaling aan [naam eisende partij] van:
- het loon ad € 1.852,96 bruto per vier weken, te vermeerderen met 8% vakantietoeslag over de periode van 28 maart 2007 tot 1 juli 2007;
- de maximale wettelijke verhoging over het achterstallige salaris;
- de wettelijke rente over het loon vanaf 28 maart 2007, alsmede over de wettelijke verhoging tot de dag van voldoening;
- de ingehouden schadevergoeding ad € 1.852,96 netto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 18 april 2007 tot de dag van voldoening;
- buitengerechtelijke incassokosten ad € 833,--.
Dit alles met veroordeling van Dirx in de proceskosten.
[naam eisende partij] legt aan haar vordering ten grondslag dat het ontslag op staande voet nietig is omdat het ontbreekt aan een dringende reden. [naam eisende partij] betwist voorts dat de arbeidsovereenkomst onverwijld is opgezegd.
3.
Dirx voert gemotiveerd verweer met conclusie dat de kantonrechter [naam eisende partij] in haar vorderingen niet ontvankelijk zal verklaren, althans haar deze zal ontzeggen, alsmede haar zal veroordelen in de proceskosten en zal bepalen dat [naam eisende partij] de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd zal zijn indien en voor zover zij deze kosten niet binnen 14 dagen na het wijzen van vonnis zal hebben voldaan.
Hetgeen Dirx ten verwere aanvoert komt, voor zover vereist, hierna aan de orde.
4.
[naam eisende partij] heeft onweersproken naar voren gebracht dat het management van Dirx er op 21 maart 2007 mee bekend was dat zij op 20 maart 2007 ongeveer 6 minuten voor het einde van de werktijd – zij had zich al omgekleed vanwege een afspraak kort na de werktijd, maar zag dat er nog veel klanten in de winkel waren zodat zij het werk ‘achter de schermen’, zoals opruimen, het afsluiten van de computer en dergelijke, heeft onderbroken om in de winkel nog even bij te springen – in haar eigen kleding klanten heeft geholpen. Door de arbeids-overeenkomst eerst op 28 maart 2007 op te zeggen, heeft Dirx dat niet onverwijld gedaan, aldus [naam eisende partij].
5.
Dirx heeft daartegen aangevoerd dat voor de beoordeling van het wettelijk vereiste van onverwijldheid van belang is op welk moment de persoon die bevoegd is tot het geven van het ontslag op staande voet, en dat is in het onderhavige geval de directie van Dirx, kennis heeft genomen van de dringende reden, alsmede dat een werkgever enig respijt wordt gegund om de werknemer te horen en juridisch advies in te winnen. Volgens Dirrx heeft zij in de dagen die zijn verstreken tussen de gedraging en het ontslag op staande voet met de nodige voortvarendheid gehandeld. Zij voert in dat verband aan dat de kwestie na het opvragen van het personeelsdossier van [naam eisende partij] en het inwinnen van juridisch advies, op 27 maart 2007 aan de directie is voorgelegd, waarop de directie [naam eisende partij] op 28 maart 2007 met haar bevindingen heeft geconfronteerd.
6.
De kantonrechter kan Dirx volgen in haar standpunt dat een werkgever enig respijt wordt gegund om de werknemer te horen en om juridisch advies in te winnen. In het onderhavige geval moet er evenwel van worden uitgegaan dat nu Dirx tot tweemaal toe, zonder enig voorbehoud, aan [naam eisende partij] bij aangetekende brief heeft laten weten bij overtreding van de bedrijfsregels over te zullen gaan tot ontslag op staande voet, Dirx, voordien en sedertdien, voldoende tijd heeft gehad om zich met betrekking tot eventuele uitvoering van dat voornemen van juridisch advies te voorzien. Die tijd had zij daarom niet meer nodig nadat haar de overtreding op 20 of 21 maart 2007 is gebleken. Nu Dirx voorts heeft nagelaten inzicht te verschaffen waarom zij niet terstond de beschikking kon hebben over het personeelsdossier van [naam eisende partij], voor zover dat al het geval is, en evenmin waarom zij tot 27 maart 2007 heeft gewacht om haar directie in te lichten en tot 28 maart 2007 om [naam eisende partij] te horen, treft het verweer van [naam eisende partij] doel. Het ontslag op staande voet is reeds daarom niet rechtsgeldig gegeven, zodat het loon tot 1 juli 2007, door [naam eisende partij] onweersproken begroot op € 6.789,77 bruto, moet worden doorbetaald.
7.
Overigens acht de kantonrechter de omstandigheid dat de onweersproken steeds goed functionerende [naam eisende partij], zes minuten voor sluitingstijd in haar eigen kleding de winkel is ingelopen om haar collega te helpen niet van zodanige aard dat van Dirx niet meer gevergd kon worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren, ook niet nu [naam eisende partij] eerder vanwege andere overtredingen van het bedrijfsreglement – het niet telefonisch bereikbaar zijn tijdens ziekte (volgens [naam eisende partij] vanwege een storing bij haar telefoonprovider) en het dragen van een neuspiercing – was gewaarschuwd dat een nieuwe overtreding ontslag op staande voet tot gevolg zou hebben en evenmin gelet op hetgeen Dirx overigens naar voren heeft gebracht.
8.
Dirx heeft geen (subsidiair) verweer gevoerd tegen de gevorderde wettelijke verhoging, wettelijke rente en terugbetaling van de ingehouden schadevergoeding. Die vorderingen kunnen daarom eveneens worden toegewezen als na te melden. Dat geldt ook voor de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten, welke de kantonrechter niet onredelijk voorkomen.
9.
Dirx zal in de proceskosten worden verwezen.
Beslissing
De kantonrechter:
bepaalt dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst d.d. 28 maart 2007 nietig is;
veroordeelt Dirx om aan [naam eisende partij] tegen bewijs van kwijting te betalen € 6.789,77 bruto, vermeerderd met wettelijke verhoging hierover van 50% en vermeerderd met de wettelijke rente over de achterstallige loonbetalingen en verschuldigde wettelijke verhoging vanaf de gebruikelijke vervaldata tot de voldoening;
veroordeelt Dirx om aan [naam eisende partij] tegen bewijs van kwijting te betalen € 2.685,96, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.852,96 vanaf 18 april 2007 tot de voldoening;
veroordeelt Dirx tot betaling van de proceskosten aan de zijde van [naam eisende partij], tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 779,09, waarin begrepen € 500,-- aan salaris gemachtigde;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.C.A. Walda, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2008.

ontslag advocaat specialisten Bel: 0900 – 123 73 24 of mail ons indien u vragen heeft over ontslag op staande voet

Pagina 2 van 3

Daarom ontslagspecialist

  • Specialist in ontslagzaken
  • Ervaren advocaten en juristen
  • Resultaat gedreven, snelle actie
  • Adviseren, procederen, onderhandelen
  • Betaalbare adviezen

Contact informatie:

© 2020 Ontslagspecialist